De namen van de schaakstukken

Het belangrijkste wat iemand moet weten die wil leren schaken is dat de schaakstukken het spel uitmaken. Pas wanneer je weet hoe ieder schaakstuk kan bewegen en hoe belangrijk ze zijn, kun je een spel strategie gaan bedenken.

Schaken is een van de oudste spellen in de wereld. Het gaat om planning, temperament en het vermogen om je aan te passen aan veranderende situaties. Een ambitieuze schaker moet eerst alle stukken op het bord goed kunnen begrijpen en weten wat ze kunnen doen. Alleen dan zul je het spel echt onder de knie krijgen. Een goede speler hoeft niet eens meer te denken over hoe een bepaald stuk mag bewegen, omdat dat al in hun geheugen gegrift staat. Wat ze wel doen is vooruit plannen, soms wel meerdere beurten, en hun tactiek aanpassen aan de situaties die zich voordoen tijdens het spel.

Een potje schaken is een oorlogssimulatie. Schaken wordt gespeeld door twee spelers en iedere speler heeft een set van 16 stukken die allemaal eigen bewegingsmogelijkheden hebben. De spelers verzetten hun stukken om de stukken van de ander in te nemen en tegelijkertijd proberen ze hun eigen stukken van inname te redden. Het spel kan beëindigd worden door de koning van je tegenstander in te nemen. Wiens koning het spel overleeft, heeft gewonnen.

Namen van de stukken

Beiden spelers hebben 16 schaakstukken, maar hier zitten maar 6 verschillende soorten tussen. Iedere soort kan anders bewegen en de combinatie van bewegingen bepaalt uiteindelijk de uitkomst van het spel.

De pion (8 stuks)

De pion is het kleinst van alle stukken en beide spelers hebben er acht van. De pionnen mogen een of twee stappen naar voren in hun eerste zet, en een stap naar voren in de volgende zetten. Een pion kan ook een diagonale stap zetten, maar alleen als hij daarmee een stuk van de ander kan slaan.

De toren (2 stuks)

Er zitten in iedere set stukken twee torens. De toren heeft zijn naam gekregen omdat hij ook erg op een toren lijkt. Hij kan zo veel stappen als hij wil horizontaal of verticaal zetten totdat hij het einde van het bord bereikt of een stuk van de tegenspeler kan slaan.

Het paard (2 stuks)

Beide spelers hebben twee paarden. Het paard kan twee en een halve stap in elke richting zetten. Dat betekent dat hij in een beurt twee stappen in iedere richting zetten en dan een stap opzij mag zetten.

De loper (2 stuks)

De lopers worden soms ook wel de bisschop genoemd en iedere speler heeft er twee. Ze lijken op een minaret met een punt. Een loper kan zo veel stappen als hij wil in elke diagonale richting zetten totdat hij bij het einde van het bord komt of een stuk van de ander slaat.

De koningin (1 stuk)

De koningin is het een na grootste stuk op het bord. Het verschil tussen de koning en de koningin is dat de koningin geen kruis op de bovenkant heeft. De koningin kan zo veel stappen als ze wilt in iedere richting zetten totdat ze het einde van het bord bereikt of een stuk van de tegenstander slaat. Dit maakt haar een van de gevaarlijkste stukken op het bord.

De koning (1 stuk)

Het langste stuk van een set is de koning met het kruis bovenop het stuk. Dit is het belangrijkste stuk in de schaakset omdat je het spel verliest wanneer je koning geslagen is. De koning kan maar één stap per beurt zetten, maar wel in elke richting. De term ‘schaak’ wordt gebruikt om aan te geven dat de koning in gevaar is.

Zoals ik eerder al zei, wordt schaak al jaren in verschillende vormen gespeeld. Het was een van de favoriete spellen van vele koningen. De voorganger van het schaakspel werd duizend jaar geleden bedacht door de Perzen. Het spel werd enorm populair en verspreidde zich ver, net zoals het Perzische rijk. Er waren veel spellen die op schaken lijken, zoals Sjantranj (uitgevonden in India) wat enorm op ons hedendaagse schaakspel lijkt. Maar er wordt toch gedacht dat het schaak wat wij vandaag de dag spelen in de 15e eeuw in Zuid Europa is bedacht.

De beste schakers van de wereld

  • Paul Morhpy: VS (1837-1884) Wereldkampioen Schaak 1858 – 1959
  • Wilhelm Steinitz: Oostenrijk (1836 – 1900) Wereldkampioen Schaak 1886 – 1894
  • Emanuel Lasker: Duitsland (1868 – 1941) Wereldkampioen Schaak 1894 – 1920
  • Jose Capablanca: Cuba (1888 -1942) Wereldkampioen Schaak 1921 – 1927
  • Alexander Alekhine: Rusland (1892 – 1946) Wereldkampioen Schaak 1927 – 1935; 1937 – 1946
  • Mikhail Botvinnik: Rusland (1911 – 1995) Wereldkampioen Schaak 1948 – 1957; 1958 – 1960; 1961-1963
  • Bobby Fischer: VS (1943 – 2008) Wereldkampioen Schaak 1972 – 1975
  • Anatoly Karpov: Rusland (1951 – ) Wereldkampioen Schaak 1975 – 1985
  • Garry Kasparov: Rusland (1963 – ) Wereldkampioen Schaak 1985 – 1993 (onbetwist); 1993 – 2000 (klassiek)
  • Vladimir Kramnik: Rusland (1975 – ) Wereldkampioen Schaak 2000-2006 (klassiek); 2006 – 2007 (onbetwist)
  • Viswanathan Anand: India (1969 – ) Wereldkampioen Schaak 2000, 2007, 2008, 2010, 2012 (klassiek); sinds 2007 (onbetwist)

Met deze basiskennis kun jij nu aan dit klassieke oorlogsspel beginnen! Als je serieus wilt gaan schaken kun je het beste beginnen met het kijken van video’s van de beste spelers en je moet natuurlijk een goede coach vinden.

Wil je een schaakspel kopen? Of een los schaakbord of losse schaakstukken kopen? Navigeer gemakkelijk door ons menu naar de juiste pagina en gebruik de filters om direct producten te vinden die aan jouw wensen voldoen.