
Weet dat deze classificatie een subjectief standpunt is.Veel spelers zouden bij drie of vier van deze stijlen passen maar we hebben de stijl gekozen die het beste bij iedere speler past.
Technisch
Een technische speler zal meestal de zelfde openingszetten doen en hij zal die zetten ook heel goed kennen en begrijpen. Meestal zijn deze systemen gebaseerd op positie en de speler kent de strategisch ideeën erachter goed. Ze kunnen oncomfortabel worden wanneer ze met nieuwe en onbekende posities geconfronteerd worden, en zullen er dan ook alles aan doen om terug te gaan naar posities die ze wel kennen. Soms maken ze zelfs concessies om te voorkomen dat ze aangevallen worden, ook als dat objectief gezien niet de juiste beslissing. Toch is het moeilijk om tegen een technische speler te spelen omdat het lijkt alsof je altijd op een manier speelt die hun sterkste punt is. Bijna alle technische spelers lijken het schaakspel enorm goed te begrijpen. Het is een hele praktische manier van spelen die gebruikt wordt door sommige van de meest actieve en succesvolle spelers in ons land. Het is zelfs bijna onmogelijk om een technische speler te zijn zonder enorm goed te zijn, want er is zoveel spelbegrip voor nodig dat de meeste zwakkere spelers het niet kunnen.
Voorbeelden – GM Igor Novikov, GM Alex Wojtkiewicz, IM John Donaldson
Positioneel
Positionele spelers zijn anders dan technische spelers. Positionele spelers zijn afwisselender in hun openingszetten en gebruiken hun algemene spelbegrip in alle posities om de juiste zet te vinden. Het verschil tussen en positionele en en technische speler is bijna psychologisch, aangezien positionele spelers er juist niet alles aan zouden doen om onbekende posities of posities waarin ze aangevallen kunnen worden te voorkomen. Positionele spelers zijn makkelijker om tegen te spelen als je zelf een technische speler bent, want het is vaak wat makkelijker om het spel richting je eigen stijl te sturen.
Voorbeelden – GM Yasser Seirawan, GM Joel Benjamin, GM Julio Becerra
Aanvallend
Aanvallende spelers voelen zich op hun gemak als ze zelf initiatief kunnen nemen. Ze willen altijd hun tegenstanders aanvallen en afhankelijk van waar ze precies zijn verschillen hun tactieken. Sommige aanvallers zijn niet eens goede rekenaars, maar hebben juist een natuurlijk begrip van hoe je een aanval uitvoert.
Aanvallers hebben het vaak moeilijk als ze tegen technische spelers spelen, want die geven de aanvallers vaak niet de kans om in hun spel te komen en sturen ze daarmee in een positie waarin ze niet comfortabel zijn. Maar als de aanvallende speler het voor elkaar krijgt om dit om te draaien tegen een technische speler, dan hebben ze een grote kans op winst. Hun wedstrijden zijn vaak erg leuk om naar te kijken want er is een grote kans op spanning.
Voorbeelden – GM Larry Christiansen, WIM Jenn ShaShade, FM Dmitry Zilberstein
Calculerend
De calculerende speler werkt vaak erg hard tijdens een wedstrijd. Hoewel hun algemene schaak intuïtie niet het best is, maken ze dit goed met hun calculerende vermogen. Je kunt hun hersenen horen kraken terwijl je tegenover ze zit. Ze proberen altijd een zet verder te denken dan hun tegenstander en ze staan klaar om toe te slaan wanneer hun tegenstander een kleine fout in hun berekening heeft gemaakt. Deze spelers moeten vaak zo veel nadenken tijdens een wedstrijd dat ze later in tijdnood komen. Voor calculerende spelers zijn technische spelers de moeilijkste tegenstander aangezien die ook een hoog calculerend vermogen hebben.
Voorbeelden – GM Alex Ivanov, GM Gregory Kaidanov, GM Walter Browne
Listig
Er zit iets verwarrends in de manier waarop listige spelers spelen. Ze zullen meerdere malen zetten doen waar je niet eens aan gedacht had en die ook heel raar lijken om je te verwarren. Ze geven nooit op en zijn constant aan het zoeken naar manieren om je in de val te lokken en je aan te vallen. Dit type speler is vaak erg vermakelijk door hun vindingrijke stijl. Je kunt dit type onderscheiden van de calculerende en aanvallende spelers door te kijken naar hun onorthodoxe manier van doen.
Voorbeelden – GM Alex Shabalov, Julian Hodgson, GM Pavel Blatny, IM Yuri Lapshun
Dynamisch
Dynamisch spelers zijn vaak vrij allround, maar neigen toch iets meer naar de agressieve en tactische kant. Ze doen vaak vindingrijke openingszetten en proberen je simpelweg te overtreffen. Ze vinden het niet erg om het spel helemaal om te gooien en vechten constant. Omdat dynamische spelers vaak allround zijn zullen ze niet oncomfortabel worden als het spel wat droger en strategischer wordt. Ze zullen misschien soms wedstrijd na wedstrijd dezelfde openingszet doen, maar ze zijn toch anders dan technische spelers omdat hun openings keuzes veelzijdiger zijn.
Voorbeelden – GM Hikaru Nakamura, GM Nick DeFirmian, FM David Pruess
Praktisch
Deze spelers hebben een klein voordeel in hun spel. Ze begrijpen schaken een spel is en dat het dus niet altijd het belangrijkst is om de beste zet te vinden, maar om het spel te winnen. Ze zullen vaak heel snel spelen om tijdsdruk op je uit te oefenen en ze zullen je sterke punten proberen te vinden en te vermijden. Ze zullen meestal openingszetten doen die ze goed kennen. Technische spelers zijn vaak ook erg praktisch, maar zijn beperkt in hun openings keuzes, terwijl praktische spelers zich in meer verschillende posities op hun gemak voelen.
Hoewel ze zich op hun gemak voelen in meer verschillende openingszetten hebben deze spelers vaak wel een serieuze achterstand in hun theoretische kennis. Ze hopen vaak gewoon op een goede uitkomst als ze een opening spelen zonder er te lang over na te denken, om je vervolgens te overtreffen.
Voorbeelden – GM Leonid Yusadin, IM Jay Bonin
Intuitief
Dit is een vreemde groep spelers. Je krijgt namelijk een beetje het gevoel dat ze gewoon begrijpen waar de stukken moeten staan, ongeacht of het spel positioneel of tactisch wordt gespeeld. Ze zijn misschien niet de beste rekenaars, maar dat maken ze goed door snel en met zelfvertrouwen hun zetten te spelen en door makkelijk oplossingen te vinden waar anderen misschien veel langer over na zouden moeten denken. Het vertrouwen op hun intuïtie kan ook een van hun zwaktes zijn wanneer een bepaalde situiatie meer tijd en werk nodig heeft.
Voorbeelden – GM John Fedorowicz
Logisch
Logische spelers lijken erg hun best te doen om de positie van waaruit ze spelen op een logische manier te benaderen. Ze doen het redelijk goed in alle fases van het spel, maar blinken in geen enkele fase echt uit. Ze zijn goed in het aanpassen aan onbekende posities en kunnen ze dan ook met een frisse kijk benaderen aangezien ze geen voorkeur hebben voor een bepaalde zet, maar gewoon kijken wat op dat moment het beste is. Dit type speler zal niet vaak iets heel onorthodox doen, maar ze zullen complicaties ook niet uit de weg gaan wanneer ze nodig zijn.
Voorbeelden – GM Jonathan Rowson, IM Vinay Bhat
Jong
Jonge spelers hebben vaak nog niet echt een stijl gecreëerd. Een jonge positionele speler is bijvoorbeeld erg zeldzaam hoewel jonge spelers zich makkelijk tot een positionele speler kunnen vormen als ze ouder worden. Hierom behoren veel jonge spelers dus nog niet tot een van deze categorieën totdat hun stijl zich wat meer ontwikkeld.